Ik heb maar eens even mijn eigen verhaal van A tot Y op papier gezet.... Het was een gewone donderdag, 14 april 2005. 14...ooit mijn huisnummer en in die tijd gebruikte ik het ook als mijn geluksgetal. Misschien moet dat oude gebruik maar weer in ere hersteld worden, want ik heb wel heel veel geluk gehad. Een gewone werkdag zit erop en ik ga naar huis. Wel even via Ekkersrijt, want ik moet nog langs de Praxis. Net de poort bij Vanderlande uitgereden realiseer ik me dat mijn hoofdsteunen laag staan. Dat was me nog nooit opgevallen. Bij het eerstvolgende rode stoplicht heb ik die dan ook omhoog gezet. Daarna rechtsaf gedraaid de snelweg op, het zal zo ongeveer 10 voor half 6 zijn geweest. Net na St. Oedenrode haal ik een blauwe vrachtwagen in met 'Schiphol Express' erop. Hij slingert ietwat over de weg en ik vermoed dat dat door de wind komt. Als ik de afslag Son nader besluit ik dat ik gewoon rechtdoor ga, want de file lijkt niet zo lang vandaag. Zowel voor en achter me is de weg aardig leeg, wat vreemd is, want normaal is de donderdag toch een van die dagen dat het er erg druk is. Ik zie dat de gele jumbo vrachtwagen met aanhanger vaart mindert en zijn waarschuwingslichten aan doet. Ik twijfel of dat wel nodig is, want we rijden intussen nog maar 30 km/u, er zit nog zo'n 150 tot 200 meter tussen mij en de Jumbo vrachtwagen. Ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel of het nodig is om mijn waarschuwingslichten aan te doen en zie een aardig eind in de verte de ingehaalde blauwe vrachtwagen rijden. Dat zal dus niet nodig zijn, want hij ziet mijn remlichten. Vanaf dat moment gaat alles heel rap. Ik kijk naar links en verbaas me dat er helemaal niets op de linkerrijstrook staat. Zou iedereen vandaag gaan Ikea-en en Praxis-en? Het journaal op de radio is intussen begonnen en terwijl ik dat rustig luister kijk ik nog maar eens in mijn achteruitkijkspiegel. Het valt me op dat die blauwe truck aardig dichtbij is gekomen, er zit nog iets van 150 meter tussen mij en hem. Ik zit even in mezelf te twijfelen of ik wel aan het remmen ben en hij mijn remlichten wel ziet. Nog een keer gecheckt: ja die moet hij zien. Ik denk dat het maar een paar seconde duurde voor ik begon te twijfelen of ik die vrachtwagen niet iets meer remruimte zou geven, want ik vond hem abnormaal dichtbij komen. Je hebt wel vaker dat mensen met zo'n hoge snelheid een file naderen en pas het laatste moment remmen, maar dit gaat toch wel heel rap. Ik besluit naar links te sturen. Vlak nadat ik mijn stuur naar links beweeg kijk ik nog een keer in mijn achteruitkijkspiegel. Het enige wat ik nog zie is de gril van de blauwe vrachtwagen. Deze vult mijn hele achteruitkijkspiegel. Wat daarna volgt is niet te beschrijven. Instinctief hef ik mijn armen op op een manier zoals een boxer zijn gezicht beschermt. Mijn ogen houd ik open. Onmiddelijk volgt er een oorverdovend lawaai. Het is alsof je op een blikje staat en dat geluid dan veel langer en luider. Dit geluid wordt vermengd met het verbrijzelen van glas. Een geluid dat ik nooit van mijn leven vergeet. Ik denk niet veel op dat moment. Het enige wat ik bedenk tijdens het geraas en de momenten daarna is dat ik hoop dat er niet een grote klap volgt. Ik merk namelijk dat de auto nog doorschuift en hij lijkt rond te draaien. Als de auto tot stilstand komt vraag ik me eerst af of ik niks heb. Benen, armen, hoofd: alles lijkt er nog onbeschadigd aan te zitten. Ik zie door mijn voorruit dat ik op de linkerrijstrook sta. Ik kijk over mijn rechterschouder of er niks aankomt, maar zie daar niks. Ik sta er niet bij stil waar ik wel tegenaan kijk, alleen dat ik niet kan zien of er iets aankomt. Ik besluit toch uit te stappen, want ik vind het te gevaarlijk om de auto eerst te verzetten. Ik had toen ook nog geen idee dat dat niet mogelijk was geweest, maar ja... de motor liep nog. Ik stap uit en hoor het portier kraken en hij zakt iets als ik em open doe. Dat gaat veel geld kosten dacht ik. Ik stap uit en zie hoe de blauwe truck zich vast heeft gereden in de achterkant van de Jumbo aanhanger. Ik ren achter mijn auto langs en probeer naar iemand te gebaren dat er gebeld moet worden. Ik zie alleen niemand op straat, behalve een militair die het verkeer naar de vluchtstrook dirigeert. Een man in lichtoranje blouse probeer ik te gebaren dat hij moet bellen en ik roep nog naar hem 'heeft u een telefoon!?' Dan zie ik papieren die in mijn auto liggen een eindje voor me op de grond liggen. Dat was het eerste moment dat er iets begon door te dringen van de ernst. Ik was al een eind van mijn auto afgelopen en kijk achterom. Op dat moment kijk ik in de rechterachterkant van mijn Nissan Sunny. Eigenlijk moet ik zeggen 'van wat minuten daarvoor nog mijn Nissan Sunny was'. Veel schoot door mijn hoofd op dat moment en ik merkte toen pas mijn duizeligheid. Ik ben teruggezwalkd naar mijn auto, heb het bestuurdersportier open gedaan en mijn portemonnee gepakt. Dit ging met zoveel moeite dat ik daarna niks meer kon. Ik voelde mijn benen erg onvast worden en mijn hoofd was van achteren vochtig. Toen ik voelde zat er allemaal glas in mijn haar en mijn hand was rood van het bloed. Een mevrouw kwam aanrennen. Zij vertelde EHBO te hebben en vroeg of ze iets kon doen. Ik vertelde dat ik ok was. Ze was al bij de man in de vrachtwagen geweest blijkbaar want ze vertelde nogmaals dat ze EHBO had en dat ze het zo erg vond dat ze niets kon doen. Ik had erg met haar te doen. Ze leek het zwaarder te hebben ermee dan ik. Ik wilde haar wel troosten op dat moment, maar mijn hoofd ontplofte van alle gedachten. Ik ben in de berm gaan zitten omdat het niet echt lekker ging. De man, die beklemd zat in de blauwe vrachtwagen hoorde ik ondertussen kermen. Hij had duidelijk veel pijn. Ik bedacht dat mijn jassen in de auto lagen en die er, met veel moeite uitgehaald. Een collega bleek op de plek van het ongeluk te zijn en hij vroeg, net als vele getuigen, of het wel goed met mij ging. Hij heeft ook enkele van de foto's gemaakt, ik wist op dat moment al dat ik die nog nodig zou gaan hebben. Ik heb daar niet lang gezeten of de hulpdiensten waren ter plaatse. Ik geloof dat de politie er als eerste was. Een forse man, die later de officier van de regio Oirschot, Best, Son bleek te zijn kwam naar me toe en vroeg me of alles goed was. Hij nam mijn gegevens op. Ik wist op dat moment niet of hij me aan het testen was dat ik nog wel alles wist of dat hij echt mijn adres wilde hebben. Hij schreef in ieder geval alles netjes op. De brandweer was er ook vrij rap. Ik weet nog hoe ze verbaasd keken naar mijn auto. Ik heb eens een keer naar ze geglimlacht en de brandweer maakte een zwaaiend gebaar met zijn hand van 'dat was close'. De ambulance werd geparkeerd een eind achter de blauwe vrachtwagen. Al snel bereikte het bericht mij dat er voor de man in de vrachtwagen niks meer te doen was. Hij was overleden. Het verbaasde mij op dat moment niets. De eerste persfotograaf was intussen gesignaleerd en de ambulancemedewerker vond het, na mij aan alle kanten geknepen en ingedrukt te hebben, verstandiger om mij in de ambulance te zetten. Ik denk dat dit ook was om te voorkomen dat ik zag hoe de man uit zijn vrachtwagen werd geknipt. Er werd me door de ambulancebroeder opnieuw verteld dat ik hoe dan ook niet mocht gaan werken de volgende dag. Ook nadat ik hem had verzekerd dat ik echt niks mankeerde. Na nog wat geduw op mijn hoofd en aan mijn nek werd verteld dat ik op de wond op mijn hoofd en de vele glassplinters na, gezond was en dat dat een wonder was. Ik nam maar van iedereen aan dat dat zo was, ik realiseerde me het toen zelf niet. De vrouw die vanaf het begin bij me was moest toen weg. Ik was (en ben) haar heel dankbaar dat ze zolang bij me is gebleven en naar me heeft geluisterd. Als ik op dat moment niet al mijn gedachten kwijt had gekunt en het niet met iemand erover had kunnen praten, dan waren nu mijn psychische problemen vele malen groter geweest denk ik. Nadat de man uit de vrachtwagen was geknipt zijn we met een paar mensen in een politiewagen gestapt. Een agent zou ons naar Bureau Son brengen om verklaringen op te nemen en daar zou slachtofferhulp ook komen om met ons te praten. 'Ons' is in dit geval de chauffeur van de Jumbo vrachtwagen, zijn (vermoed ik) baas en ik. De eerder genoemde militair zou ook meegaan. Hij had de eerste hulp verleend bij de beklemde man in de vrachtwagen. Hij had toen hij voelde dat de buik hard aan het worden was en de pols van de man zwakker al door dat hij het niet zou gaan halen. Vlak voor hij op zijn schouder getikt werd met de mededeling dat de ambulance er was, had hij geen pols meer gevoeld. Lijkt me zwaar om iemand zijn leven zo door je handen te voelen glippen. Op het politiebureau Son werd mij gevraagd een schets te maken onder het genot van 3 bakken koffie. Ook werd er veel gepraat over wat er volgens iedereen gebeurd was en wat iedereen had meegemaakt. De chauffeur van de Jumbo vertelde dat de weg voor hem gelukkig leeg was geweest, want het voorste deel van de vrachtwagen werd gelanceerd op het moment dat het achterste geraakt werd. Er hadden zoveel doden en gewonden gevallen als die Jumbo vrachtwagen er niet was geweest als buffer.... 2 meisjes van slachtofferhulp arriveerden rond half 8. Zij waren onderweg naar het bureau waar wij zaten langs het ongeluk gekomen, waardoor ze gelukkig wisten waar het ongeveer over ging. Aan hen nogmaals het hele verhaal verteld zoals ik dat nu opschrijf. Het werd lastiger om het te vertellen naarmate meer mensen hadden verteld wat er precies gebeurd was en de ernst van de situatie steeds verder doordrong. Op het moment dat ik besloot om toch maar even naar mijn ouders te bellen kwam een agent vragen waarom ik niet wilde bellen. Hij vertelde dat de media heel snel was en dat mijn ouders misschien al conclusies uit de media trokken voor ik ze kon spreken, dus dat ik ze beter maar even wel kon bellen. Hoewel ik het luchtig probeerde te brengen vond ik het toch lastig emotioneel. Je belt je ouders niet elke dag vanaf een politiebureau. Ons mam herkende al snel dat ik niet vanaf een bekend nummer belde, dus ik moest eerst uitleggen dat ik vanaf een politiebureau belde. Daar ging mijn luchtig verhaal. Toch maar gezegd dat mijn auto niet meer APK gekeurd hoefde te worden en gezegd dat ik in Wijchen kwam slapen. Intussen waren we erachter dat de Jumbo-chauffeur ook uit Wijchen kwam, uit dezelfde wijk als mijn ouders. Hij bood me een lift aan naar Wijchen, maar dat vond ik te zwaar. Ik wilde even niet op de snelweg zijn. De officier die even later binnenkwam, kwam net van de schouwing. Hij vertelde dat de lijkschouwing had uitgewezen dat de man een beroerte of hartaanval had gehad en geen moment had geremd. Hij reed 80 tot 90 km/u op het moment van de crash. Toen we zo'n beetje afgerond hadden probeerde ik via adres.sandcat.nl het telefoonnummer van Maartje te achterhalen, want zij was een van de weinige waarvan ik zeker wist dat ze niet had gedronken vanavond. Helaas stond de firewall bij de politie dicht. Gelukkig stonden ze gewoon in het telefoonboek. Toen ik belde kreeg ik Stijn aan de lijn. Na mijn eerste vraag of Maartje gedronken had en een verbaasd 'Hoezo?' gevraagd of ze het erg vond om nog te rijden. Er klonk zo'n twijfel in Stijn's stem van 'liever niet', dus toen maar toegevoegd dat ik op het politiebureau was in Son. Dat scheelde. Na nog wat adressen en telefoonnummers van de politie aldaar te hebben uitgewisseld en een vriendin te hebben gebeld waren Maartje Stijn en Jeroen er. Omdat de ophaalbrug bij Son net kapot was gegaan moesten we toch over het stuk snelweg waar het ongeluk was gebeurd. Ik was doodsbang op dat moment. Veel erger dan ik had verwacht. Zij hebben mij toen thuis afgezet. Het was inmiddels zo rond kwart voor tien. Het eerste wat ik deed was mijn blouse uit. Hierdoor viel er allemaal glas op de grond. Ook in mijn tshirt en ondergoed zaten allemaal glasscherven. Over mijn bovenlijf zaten allemaal krassen en hele kleine glassplinters die irritant prikten. Na het douchen was dit gelukkig minder. Ik heb toen de fiets gepakt en ben met de trein naar Wijchen gegaan. Gelukkig had ik mijn verzekeringspapieren nog uit mijn auto gekregen, dus ik kon de volgende dag bij mijn ouders bellen. Een ander geluk was dat ze sinds enkele weken internet hebben, anders was ik totaal afgezonderd geweest. De volgende dag om half 9 mijn groepsleider gebeld om te vertellen wat er gebeurd was. Daar gingen intussen al allemaal verhalen en geruchten rond, dus het was goed dat ik belde. Ik was blij dat er foto's waren gemaakt door een collega, want dan konden ze op het werk tenminste ook zien dat ik niks mankeerde. Om half 10 had ik een afspraak met de huisarts. Dat werd uiteindelijk (natuurlijk) half 11 of zo. Het kostte me veel moeite om nuchter mijn verhaal te vertellen aan de huisarts. Je wilt een samenvatting geven en probeerd daarbij details te onderdrukken. Dat was lastig. De dokter heeft even naar de hoofdwond gekeken en vroeg of ik een rode auto had gehad. Er bleken stukjes lak nog in de hoofdwond te zitten. Vreemd, ik snap niet waar die lak dan vandaan is gekomen. Ook mijn hoofd werd nog een keer nagevoeld, maar niks ontdekt. Mijn bloeddruk bleek iets te hoog, maar dat moest ik niet gek vinden zei ze. Thuis gekomen bleek dat vrienden in Eindhoven het er intussen ook over hadden gehad. Hugo had 's ochtends de foto in de krant gezien, maar niet doorgehad dat dat mijn auto was op die foto en dat ik een ongeluk had gehad. Dat bleek nogal hard aan te komen. In mijn gedachten was het redelijk erg, maar de foto in het Eindhovens Dagblad liet zien hoe weinig er van mijn auto over was en hoe wonderlijk het is dat ik helemaal heel uit die auto ben gekomen. Na een mailtje gestuurd te hebben naar mijn collega's kreeg ik van hun te horen dat op 112brabant.nl ook foto's stonden. Die verklaarden ook waarom zij zo geschrokken zijn. De rest van de dag is vooral opgegaan aan mensen mailen en bellen. Verzekering proberen te regelen, maar dat moet ik allemaal zelf doen omdat ik alleen WA verzekerd ben en niet tegen rechtsbijstand. Er achterkomen waar mijn auto nou precies staat was ook nog een probleem. Maandag komt de verzekeringsmaatschappij van de tegenpartij de schade aan de auto taxeren. Dan kan ik ook de spullen uit de auto terugkrijgen. Ik neem in ieder geval mijn fototoestel mee. Het wordt waarschijnlijk erg zwaar en emotioneel. De foto's zien was al heel moeilijk, de Sunny voor het laatst in het echt zien is waarschijnlijk nog erger. Toch was het een enorm fijn wagentje. Ik zal blij zijn als ik weer normaal kan eten en slapen. Hoewel ik wel honger heb zit ik al tegen 1 boterham aan te hikken. Ook het slapen is raar. Heel veel wakker 's nachts en als ik dan eindelijk slaap dan droom je de raarste dingen. Al verschillende keren gedroomd dat ik niet naar links had gestuurd. Het is zo bizar om wakker te worden met de overtuiging dat je dood bent. Ik heb die vrachtwagen al 100 keer in mijn achteruitkijkspiegel dichterbij zien komen en het geluid van de botsing nog veel vaker gehoord. Ik hoop nooit meer zoiets mee te maken. Ze zeggen wel 'What doesn't kill you, makes you stronger' (Waar je niet van doodgaat, wordt je sterker van). Ik denk ook zeker dat dat zo is. Ik hoop snel weer auto te rijden en over mijn angst heen te komen. Het zal een tijd worden van sparen en voorlopig eraan wennen om weer alles op de fiets en met de bus te doen. Fijn is anders, maar elke keer als ik baal van het feit dat ik geen auto meer heb dan kijk ik weer naar een foto en besef ik dat het een wonder is dat ik nog leef. Er zijn zoveel manieren waarop dit fataal had geweest: - De linkerrijstrook had volgestaan. Dan had ik waarschijnlijk ofwel naar links uitgeweken en was ik met 80 km/u tegen een stilstaande auto aangeknald of naar de vluchtstrook uitgeweken. In dat laatste geval had de linkerkant van mijn auto eruit gezien zoals mijn rechterkant nu. - Later naar links had gestuurd. Dan had ik helemaal niks gevoeld, maar was ik wel dood geweest omdat ik geplet was tussen de 2 vrachtwagens. - Eerder naar links had gestuurd. Dan was ik met 80 km/u tegen de vangrail gesmakt. Ook dan was ik niet meer zo makkelijk uitgestapt. - Er iemand bij me in de auto had gezeten. Op de achterbank zou niemand hebben overleefd. De passagiersstoel waarschijnlijk ook niet. - Als ik mijn hoofdsteunen niet had versteld. Een whiplash of mijn nek gebroken. en dan heb ik het nog maar niet over dingen als niet in de achteruitkijkspiegel kijken of dichter op de bumper zitten van de Jumbo vrachtwagen. Ik hoop niet dat ik al het geluk van mijn leven in dat ene moment op heb gebruikt, maar het zou me niks verbazen. Ik heb een waarschuwing gekregen dat ik moet genieten van mijn leven, dat ik eigenlijk dood had moeten zijn en het is net alsof ik extra tijd heb gekregen om door te leven. Ik heb nog geen idee wat ik ga doen met alle ervaringen die ik heb opgedaan. Het voelt alsof ik er iets mee moet, maar ik weet niet wat. Toch hoop ik dat alles weer snel bij het oude is, want mijn leven op het moment voor het ongeluk was heerlijk. Ferry.